
De Leonberger - Een beetje geschiedenis
Oorsprong van het ras
De Leonberger is een gigantisch en indrukwekkend hondenras. De naam verwijst naar de Duitse stad Leonberg. Volgens een bekende legende werd het ras gefokt als een levende “leeuw” die het dier uit het stadswapen moest nabootsen.
In de jaren 1830 beweerde Heinrich Essig — hondenfokker, -handelaar én burgemeester van Leonberg — dat hij de Leonberger had gecreëerd door een vrouwelijke Landseer-Newfoundlander te kruisen met een “Barry”-reu van het hospice van Sint-Bernard. Later zou hij daar nog Pyreneese berghonden aan hebben toegevoegd. Het resultaat waren zeer grote, statige honden met lange lichte vachten, die perfect aansloten bij de mode van die tijd én bekendstonden om hun vriendelijke karakter.
De eerste honden die officieel als Leonberger werden geregistreerd, werden geboren in 1846. Ze bezaten veel van de geliefde eigenschappen van de rassen waaruit ze voortkwamen. Het romantische verhaal dat de hond werd gefokt om op de leeuw uit het stadswapen te lijken, bleef het ras nog lang omringen.
Koninklijke populariteit
De Leonberger groeide al snel uit tot een statussymbool en werd geliefd bij Europese vorstenhuizen. Onder de bewonderaars bevonden zich onder andere:
-
Napoleon II
-
Empress Elisabeth of Austria
-
Otto von Bismarck
-
Napoleon III
-
Umberto I of Italy
Toch werd Essigs verhaal niet door iedereen geloofd. Historische bronnen melden dat de familie van Klemens von Metternich al in 1585 honden bezat die sterk op de Leonberger leken. Wat wél zeker is: Essig was de eerste die het ras een naam gaf en het actief promootte.
In 1881 verscheen een zwart-witgravure van de Leonberger in het boek The Illustrated Book of the Dog van Vero Shaw. In die tijd werd het ras soms bekritiseerd als een modieuze kruising in plaats van een stabiel ras. Essig was echter een meester in marketing: hij schonk honden aan beroemdheden en aristocraten, wat de populariteit enorm vergrootte.
Oorlogen en bijna-uitsterven
Het moderne uiterlijk van de Leonberger — met donkerdere vacht en zwart masker — ontstond pas in de tweede helft van de 20e eeuw. Dit kwam doordat het ras na beide wereldoorlogen bijna was verdwenen en opnieuw moest worden opgebouwd met behulp van andere rassen.
Tijdens de Eerste Wereldoorlog werden Leonbergers vaak ingezet om munitiekarren te trekken. Veel fokkers vluchtten of kwamen om, waardoor het ras zwaar werd getroffen. Naar verluidt overleefden slechts vijf Leonbergers deze oorlog.
Na een korte heropleving sloeg het noodlot opnieuw toe tijdens de Tweede Wereldoorlog: opnieuw ging bijna de volledige populatie verloren.
De Leonbergers van vandaag kunnen hun afstamming uiteindelijk terugvoeren tot slechts acht honden die de Tweede Wereldoorlog hebben overleefd. Dankzij de inzet van toegewijde fokkers groeide het ras opnieuw uit tot de vriendelijke, majestueuze reus die we vandaag kennen.
Maak jouw eigen website met JouwWeb